Bloed, zweet, en scherfjes

EEN TERUGBLIK OP DE BERGMAN-FILMCYCLUS

Op 3 donderdagavonden heeft een groep gemeenteleden en buurtgenoten 3 films van Bergman bekeken. Elisabeth vertelt: “Ik was een van de weinige aanwezigen wiens filmkijkende leven nauwelijks overlapt met Bergman’s werkzame periode als filmmaker.

Ingmar Bergman (1918 – 2007) is een van de beroemdste filmmakers uit de internationale filmgeschiedenis, maar voor mij betekenen zulke lauweringen nooit zoveel. Er zijn meerdere oude films die tot de crème de la crème van de filmindustrie gelden waar ik niets aan vind. Neem ‘Citizen Kane’ (1941). Knap gemaakt en vernieuwend? Zonder twijfel. Boeiend? Nee, want die film vergeet me te vertellen waarom ik geïnteresseerd moet zijn in het onderwerp. Is het omdat de hoofdpersoon rijk en machtig is (was)? Sorry, maar als karaktereigenschap vind ik dat oninteressant. Gelukkig word ik ook wel eens aangenaam verrast door oude films. Mijn DvD van ‘Metropolis’ (1927) heeft járen in een kast liggen verstoffen, voordat ik er met een diepe zucht aan begon. Maar waar ik een saaie, pretentieuze 153(!) minuten zwoegen verwachtte, zat ik ademloos op m’n stoel gekluisterd. Het kan verkeren.

Gelukkig is er één ding wat we in algemene zin over de Zweden kunnen zeggen: ze kunnen goed vertellen! Ik ben opgegroeid op Zweedse kinderfilms en televisieseries, die meestal verfilmingen van boeken (bijv. Astrid lindgren en Selma Lagerlöf) waren, dus bij het zien van het ‘Svensk Filmindustri’ logo voel ik me altijd meteen gezellig thuis. Zijn de films van Bergman gezellig? Nou dat niet meteen, maar er was (op enkele scenes na) ook zeker geen sprake van zwoegen.

De eerste film was ‘De Avondmaalsgasten’ uit 1963. We kregen een inleiding van filmgeleerde Frank Blaakmeer over het belang van de film voor de filmgeschiedenis, en hoe Bergman in het leven stond toen hij de film maakte. Het gaat over de driehoeksverhouding tussen een groep kerkgangers, hun voorganger, en ieders (worsteling met) geloof. Centraal staat een predikant die met zichzelf overhoop ligt omdat hij het geloof dat hij uitdraagt zelf is verloren. Zijn filmlange worsteling gedurende één zondag vind plaats met zowel een vrouw die wél liefde, levenslust en trouw, maar helemáál geen geloof heeft te bieden, en één van zijn ‘schapen’ die evenals hijzelf zijn geloof heeft verloren en daar in combinatie met de harde realiteit van het bestaan van atoombommen niet mee kan leven. Aan het einde van de film voorziet een andere, fysiek lijdende, parochiaan hem door middel van een eerlijke vraag van nieuw inzicht: waarom ligt de nadruk toch altijd zo op het fysieke lijden van Jezus, terwijl de vele incidenten van trouweloosheid van zijn discipelen toch veel pijnlijker geweest moeten zijn? En werd zijn ergste lijden niet veroorzaakt door het ultieme verraad; de stilte van God?
Met deze visie op lijden lijkt(?) hij weer even vooruit te kunnen. Of is het alleen maar stram plichtsbesef dat hem drijft?
Of de film wel of geen pleidooi is voor of tegen atheïsme is iets waar de kijkers achteraf niet uit kwamen. Het verhaal, en sommige scenes in het bijzonder, zijn op verschillende manieren te interpreteren op dezelfde boeiende maar soms frustrerende manier dat veel Bijbelverhalen dat zijn.

De tweede film was ‘De Maagdenbron’ uit 1960. Helaas heb ik deze avond gemist, maar deze film had ik toevallig al eerder gezien. Ook hier ‘clashen’ geloof, ongeloof, en in dit geval zelfs verkéérd geacht (occult) geloof met elkaar op een manier die levens kost. Deze film werkt meer als een sprookje over de aard van het kwaad, en is daarmee tegelijk gruwelijker én (vanwege de middeleeuwse sprookjessetting) iets speelser dan de vorige.

Het Bergman festival werd afgesloten met ‘Kreten en Gefluister’ uit 1972, Boeiend ingeleid door actrice Chris Nievelt van Toneelgroep Amsterdam die ooit één van de hoofdrollen vertolkte op het toneel. In deze geweldige film over hoe vier vrouwen zich verhouden tot elkaar en hun eigen (gebrek aan) emoties zit een scene die ik niet aan zag komen. Als een zwaar emotioneel geconstipeerde vrouw met een stukje glas gaat spelen voel je aan je kraanwater dat ze iets verontrustends gaat doen. Toch hapte ik door de resulterende scene even naar adem op een manier die moderne films zelden bij mij voor mekaar krijgen.

Maar, genitale automutilatie(!) terzijde, heeft deze film naast een flinke portie pijn en gruwel ook (ont)roerende dingen over het leven te zeggen. God is in deze film wat minder aanwezig, maar de aanwezigheid is wel veelzeggend. Uiteindelijk is de enige die in staat is tot het bieden van warmte en gebed degene die door het zwartste dal is gegaan waar een mens doorheen kan gaan (het verlies van een kind). Dit komt bij elkaar in een beroemde pietà-achtige scène waarin uiteindelijk alleen oprechte troost verlossing biedt aan de dood. Normaal gesproken ben ik geen fan van het ‘hysterische-vrouwen-geschreven-door-mannen’ genre (Hedda Gabler, Anna Karenina, Blanche DuBois, etc. etc. etc.), maar deze film heeft mij daar misschien wel een beetje van genezen. Het is dan ook de eerste keer dat ik een vrouwelijke parallel met Christus tegenkom. Een van de moeilijkste dingen aan het Christendom is voor mij toch nog hoe de mannelijkheid van de hoofdpersoon(en) altijd angstvallig wordt bewaakt in een schijnbaar onwrikbare hiërarchie van mannelijke kracht en macht(svertoon). Maar goed, als we naar de huidige staat van de wereldpolitiek kijken is dat misschien ook wel nodig. Als Jeza of de paulien (in Rome) tegen oorlogsvoering werden ingezet, had onze testosterongedreven mensheid de hete oorlog waarschijnlijk niet overleefd. Ik maak me geen illusies over het feit dat Jezus en de paus piemels nodig hebben voor enige kans om (oranje) vingers bij atoomknopjes weg te houden. Maar toch…

Het was een boeiend filmfestival met spannende sprekers en een sfeer van openhartige en intelligente discussie. “

Elisabeth Boiten